IN HET ZIEKENHUIS

 

Toen mijn moeder mij kreeg lag ze in het ziekenhuis en was 36 uur aan het bevallen. De bevallingen bij ons in de familie lopen nooit van een leien dakje. Ik denk dat onze bekken te gekanteld zijn, tenminste dat zei mijn verloskundige. M’n moeder had zo’n slechte relatie met m’n vader dat hij alleen maar langs kwam zodat anderen zagen dat hij echt wel kwam en hem niet veroordeelden als slechte vader. Dus voor de buitenwereld wilde hij er zijn, niet voor haar. Verschrikkelijk toch. Gelukkig was de verloskundige of kraamvrouw van mijn moeder heel erg lief.

Het was geen mooie vrouw, maar zo betrokken en loyaal naar m’n moeder dat m’n moeder zelfs begon te bedenken dat ze verliefd was op deze vrouw. Het is natuurlijk een bizar verwarrende periode geweest en mijn moeder is hetrosexueel, maar doordat ze zich eindelijk veilig voelde kwamen daar andere gevoelens bij kijken. Deze vrouw heette Maya. Uiteindelijk heeft mijn moeder de situatie en de bijkomende gevoelens wel een plek kunnen geven en heeft de draad weer opgepakt. Maar deze vrouw heeft bijzonder veel indruk gemaakt en m’n moeder heeft dit in vertrouwen aan mij verteld. Toen ze hoorde van de naam van onze dochter kon ze een glimlach niet onderdrukken.

 

MAYA

Is een bijzonder kind. Zoals iedere ouder z’n kind bijzonder vindt. Net als bij alle vrouwen in onze familie was het geen supersnelle bevalling en leek het alsof ik werd gevierendeeld. Soms vraag ik mezelf wel eens af waarom er niet een luikje zit waar we het kind uit kunnen halen. Het is toch mensonterend hoe een nieuwbakken moeder moet lijden bij een bevalling. Het is natuurlijk, tenminste bij mij, al negen maanden ellende. De kwaaltjes zijn onmogelijk te noemen. Een te lage bloeddruk zorgde ervoor dat het bloed niet meer bij m’n hoofd kwam, dus viel ik constant flauw.

Negen maanden lang heb ik me als een vaatdoek gevoeld. En de bevalling was ronduit een fiasco. Ik heb er natuurlijk een heerlijk kind voor terug gekregen, maar ik moet eerlijk zeggen dat het hier ook wel bij blijft. We gaan echt niet nog een keer door die mangel. Als ik terugdenk aan de zwangerschapsduur en de bevalling overvalt me nog steeds een ellendig gevoel. Ik weet nog goed dat de verloskundige tegen me zei: kom op je bent een jonge vrouw. Oftewel; niet zeiken. Ik heb gesmeekt om verdoving of een soort van drugs, maakte niet uit wat, ik kon niet meer. Maar ik kreeg het niet.